Translate

Posts tonen met het label Onpersoonlijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onpersoonlijk. Alle posts tonen

zondag 28 februari 2016

Wees stil en weet: IK BEN God



Mijn God, dit citaat komt uit een van mijn favoriete boeken* . Zou U hier iets over willen  zeggen?

Mijn zoon, laat dit nu één van Mijn favoriete gezegden zijn. Ik ga hier graag op in.
Wees stil. Wanneer is een mens stil? Wanneer is de kakafonie van het dagelijkse leven stilgelegd? Wanneer heeft een  mens zijn innerlijk tot rust gebracht? Wanneer is zijn denken gekalmeerd en niet meer vervuld van alles wat hij wil en niet wil en vindt en niet vindt en waar hij van houdt en niet van houdt?
Wanneer heeft een mens de geluiden van de buitenwereld even onbelangrijk gemaakt? Wanneer heeft een mens even  nee gezegd tegen de buitenwereld met al zijn ogenschijnlijke lekkernijen? Wanneer zet de tegenwoordige mens al zijn apparaten even af en uit? Wanneer kiest een mens echt voor zijn innerlijke rust?
Dan pas grijpt God de gelegenheid aan om zich kenbaar te maken.

Wees stil en weet: IK BEN God

IK BEN
De IK BEN is een absolute aanwezigheid van zijn, van aanwezigheid, van kracht.
Jullie zijn God niet, maar zeg maar eens hardop IK BEN en je ervaart iets van de grootsheid van God. Laat staan als je God bent!

De IK  BEN is.
De IK BEN is jullie ware gezicht, jullie ware aard, jullie enige echte zin, jullie enige echte doel.
De IK BEN is jullie leidsman, jullie toeverlaat, jullie rustpunt. En jullie maken daar contact mee wanneer jullie stil zijn en luisteren en erkennen, dat God IK BEN is.

Wees jullie allen gezegend

*Het onpersoonlijke leven van Joseph S. Benner

Nr. 320
 

dinsdag 27 september 2011

Hoe ziet God eruit?

Mag ik U vragen hoe U er uit ziet, wie U bent?

Als Ik je de waarheid zou zeggen, zou jouw verstand doordraaien. Mijn antwoord is te groot, teveel, te omvattend voor je.

Ik geloof dat ik het wel begrijp.
Maar wilt u toch een poging wagen?

Vroeger zag de mens God in een boom, een schitterend kristal, een rots of berg, later in de maan, de zon, in eigenschappen als kracht en moed. Goden maakte hij zich, Moeder aarde werd er een. Weer later maakte hij zich één God, wat een vooruitgang, een persoonlijke God, aanvankelijk een oude man met een baard , later zeiden verlichte geesten: God is een onnoembaar Iets, een onpersoonlijk Iemand. Maar jullie zullen, zolang je vanuit jullie persoonlijkheid leven, het nooit helemaal kunnen laten God te verpersoonlijken. Want als er iets is wat de persoonlijkheid altijd nodig heeft is het dingen en zaken persoonlijk maken, verpersoonlijken en als er iets is wat jullie moeten leren is dat alles onpersoonlijk is. Maar jullie gaan de goede kant uit, want dat is ook wat God wil, het kan niet anders. Jullie kunnen alleen naar de waarheid toegroeien, nooit ervan af. Dat is een wet van God. Hoewel de laatste duizenden jaren elke godsdienst de waarheid ergens wel poogt te benaderen. Het joodse volk was er al vroeg bij met zijn Onnoembare God. De moslims, die God duizend eigenschappen/namen toedichten, maar nadrukkelijk stellen, dat God EEN is. Heel waar en heel mooi.

Dus wil het niet weten, Mijn zoon, laat God en wees tevreden met het mysterie.

Maar U zegt toch ook heel persoonlijke dingen tegen mij en U praat met me als een persoon.

Nee, Mijn zoon. Ik heb geen vorm en dat jij Mijn woorden hoort, maakt ze nog niet persoonlijk. Alles wat Ik je zeg, is van een buitenmate grote onpersoonlijkheid, alles geldt eigenlijk voor alles en iedereen. Is wat jullie een grote persoonlijkheid noemen niet juist iemand met een grote mate van onpersoonlijkheid? Iemand die naar iedereen open is en liefdevol, alles verdragend, iedereen accepterend, geen onderscheid makend, ruimhartig?

In die richting moet je God zien. Maar als Ik aan jou zou verschijnen, zou Ik wel een wat persoonlijker tint verzinnen, hoor, bij voorbeeld een mooie , daar houd je van, androgyne soort van engel, maar dan zonder vleugels natuurlijk. Is dat wat?

Nou, dat lijkt me wel wat. Maar dat gebeurt zeker niet, zo’n verschijning?

Ik was het niet van plan.

Wees jullie allen gezegend

Nr. 13