Translate

Posts tonen met het label Lijden van dieren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lijden van dieren. Alle posts tonen

zondag 3 januari 2016

Mentaal en emotioneel bewustzijn van dieren en planten (1, biodiversiteit)


 
Ik las dit krantenbericht.

“Bij het artikel over koeien knuffelen (Trouw, 30 december 2015) dacht ik aan mijn broer. Hij was boer en had een bijzondere band met zijn vee. Heel speciaal met een koe, die hij als kalf had aangehouden. Als hij dit dier niet even had geknuffeld voor het melken, zette de koe haar linkerpoot naar voren, zodat mijn broer het melkstel niet kon aanbrengen. Na de knuffel liet ze zich gewillig melken” (een briefschrijver, 2 januari 2016).

Zou U hier iets over willen zeggen?

Dieren en planten hebben een gevoelsleven.
Dieren en planten hebben een gedachteleven.
Misschien niet zo ontwikkeld als dat van mensen, maar toch.
Sterker nog, er zijn diersoorten die een rijker gevoels- en gedachteleven hebben dan sommige mensen.
Maar laten we niet naar primitiviteit kijken.
Laten  we naar rijkdom en variatie kijken.

De emotionele biodiversiteit is op aarde enorm toegenomen sinds de komst van de mens, maar planten en dieren hebben ook een gevoelsleven.
De mentale biodiversiteit is op aarde enorm toegenomen sinds de komst van de mens, maar planten en dieren hebben ook een gedachteleven.

Laten  We daar op ingaan.
Veel mensen denken dat ze dieren en planten kunnen behandelen als minderwaardig wezens, ondergeschikt en dienstbaar aan de mensheid.
En dat is een grote misvatting.
De dieren- en plantenwereld worden in het algemeen door de mensheid ernstig onderschat.
En ernstig misbruikt.
En ernstig mishandeld.
En ernstig uitgebuit.
En ernstig vernietigd.

En uitbuiting en mishandeling en vernietiging komen altijd terug bij de dader.
De handelwijzen van de mens ten opzichte van dieren en planten is in de ogen van de geestelijke wereld een misdaad.
En misdaad heeft altijd repercussies, vroeg of laat.
De mensheid mag daar op wachten, en het zal vroeg zijn.

Intussen zij de boer in het krantenartikel zeer gezegend. Hij was een verlicht mens wat dit betreft, en een voorbeeld voor de toekomstige mensheid.

Wees jullie allen gezegend

Nr. 312

zaterdag 10 mei 2014

Het lijden van een blindengeleidehond



Van de week zat ik in de bus, toen een dame met een blindengeleidehond binnen kwam. Alles verliep goed. Schuifelen, plek zoeken, geholpen worden door aardige mensen, de hond ging braaf liggen, stond op als er mensen langs kwamen, ging liggen als de bus ging rijden, reageerde op haar aanrakingen.

En omdat ik er pal op zat te kijken, raakt ik steeds meer gefascineerd door die hond. Hij zag er zo trouwhartig uit, maar zo gelaten. En hoe langer ik keek, hoe meer ik de indruk kreeg, dat die hond een zware last op zijn schouders had, dat hij zich opofferde, dat hij eigenlijk leed. Nu wil ik niet mijn menselijke interpretatie opleggen aan de emoties van die hond.
Maar ik dacht echt: die hond lijdt. Of zie ik het verkeerd?
Zou U hier iets over kunnen zeggen?

Ik was er bij en heb alles gezien.
Die hond leed zeker, dat heb je goed gezien.

Veel dieren lijden in deze wereld.
De mensenwereld onderschat het bewustzijn van dieren, wat ze ervaren, wat ze waarnemen, wat ze voelen, hoe ze lijden. Maar dat is onderwerp voor een ander blog.
Veel dieren lijden.
En dan bedoel ik niet wanneer ze na een mooi leven worden opgegeten door de mens, ook dat is (nog) onderdeel van de natuur: eten of gegeten worden, vroeg of laat.
Maar dan heb ik het over andere situaties.

Over de bio-industrie.
Over stervende walvissen, half doodgemaakt en leegbloedend op een schip.
Over een vogel in een kooi, die eigenlijk wil vliegen en vliegen en vliegen.
Over een roofdier in een dierentuin met 30 M2 tot zijn beschikking.
Over ganzen die worden uitgebuit voor ganzenleverpaté.
Over vissen die sterven met plastic in hun maag, niet na een dag maar na maanden verstopping.
Over met olie besmeurde watervogels, die na weken pas omkomen.
En over blindengeleidehonden.

Deze goed getrainde hond blijft een hond.
En een hond moet rennen, loslopen, snuffelen aan ander honden, springen, en niet de hele dag aan de leiband van zijn baas, dat is geen hondenleven, maar een slavenleven.
Tot zover het natuurlijke, het aardse.
Toch is hier nog iets anders aan de hand.

Alle dieren hebben een directe band met een groepsziel, een deva, waar ze met hun geestelijke energie naar terugkeren na hun fysieke dood. Ze houden eigenlijk onmiddellijk of vrij snel op te bestaan als individu.

Toch zijn bepaalde dieren door hun aardse leven geïndividualiseerd en hebben op de mens gericht geleefd (mensen zijn verder met hun individualiteitontwikkeling). Zij hebben een individuele energie opgebouwd, die kan overleven na de fysieke dood. Ze blijven dan wel verbonden met hun groepsziel, maar leven zelfstandig verder als individu. En hebben zo de eeuwigheid verworven. En in de eeuwigheid zijn de mogelijkheden voor individuele ontwikkeling (ook van dieren) eindeloos. Maar dat is ook onderwerp voor een ander blog.

Deze hond lijdt, en offert zich op. En zal na zijn dood overleven als geestelijk wezen. Aanvankelijk met de verschijningsvorm van een hond. Hij zal dan vrij zijn en kunnen gaan leven zoals een hond behoort te leven, springen, rennen, snuffelen, met andere honden ravotten. Ja, hij  is daar niet de enige.
Deze blindengeleidehond heeft een zwaar slavenleven, maar zijn 10/12 jaar op aarde op deze wijze staan garant voor een geestelijk toekomst, die voor de meest dieren (nog) niet is weggelegd.

Alle dieren gaan op in de groepsziel, houden op te bestaan als individu, maar niet deze hond. Andere voorbeelden zijn het eigen paard van Amerikaanse indianen, een pratende papagaai in een huiskamer, een getrainde dolfijn, etc.

En wat deze hond betreft: is dat vanuit een bepaald perspectief niet zeer de moeite waard, 10/12 jaren lijden, en dan de eeuwigheid verkrijgen?
Plus dat deze hond in dit leven zeker mooie momenten kent van stilte, rust, genot, warmte en liefde. Want er wordt wel zeer van hem gehouden, en dat overkomt niet veel dieren.
En de menselijke liefde is ècht veel waard.

Wees jullie allen gezegend

Nr. 219