Translate

zondag 17 februari 2019

De broosheid van de mens




Mijn God, er stond in mijn krant enige weken geleden zo’n prachtig artikel* van Awee Prins. Hij beschrijft hoe mensen met psychiatrische problemen zeker in Nederland, heel erg gesuggereerd worden dat ze beter kunnen worden, terwijl ze vaak hun hele leven aan het overleven zijn, en eigenlijk aan het lijden. De maakbare mens lijkt  het wel, en de maakbare samenleving, terwijl het bij veel mensen nooit meer goed komt. Zou U hier op in willen gaan?

 
Dit is een belangrijk onderwerp, Mijn Zoon, dat doe Ik graag.
Eigenlijk komt het altijd goed, maar vaak niet meer op aarde.

De mens die zijn ouders heeft zien afvoeren in een concentratiekamp van de nazi’s, de vrouw die meerdere keren verkracht is door een groep mannen, het jongetje dat misbruikt is door degene die hij vertrouwde, de moeder die haar kind verliest aan kanker, de chronisch depressieve jongen, de vrouw die na een psychose de draad van het leven aan het oppakken is, al deze mensen kunnen weer beter worden als voldaan is aan heel wat bijzondere karaktertrekken en omstandigheden. Maar meestal komt het nooit meer  goed, en gaan ze door met hun leven met de moed der wanhoop.

Een broos mens, zoals Awee Prins zegt, een broos leven, een broze toekomst.
En zo is het.

Al die mensen die bovengenoemd lot niet hebben ondergaan, die kunnen zoveel roepen als ze willen, zelfs als ze deskundig zijn, maar ze weten niet wat ze zeggen.
Een leven lang van broosheid, een leven lang van worsteling.

En pas als zij in de geestelijke wereld terecht zijn gekomen, zorgt God er op het juiste moment voor dat ze echt beter worden. We hebben zo Onze inzichten en Onze technieken in de geestelijke wereld. Maar echt niet eerder ondergaan deze broze mensen fundamentele  genezing. Dat hun ellendig lot ook veel brengt, en een grote zegen zal blijken te zijn voor de rest van hun geestelijke leven in de eeuwigheid, is onderwerp van andere blogs, daar gaan We nu niet op in.

Awee Prins met zijn prachtig en liefdevol inzicht is gezegend.

Wees jullie allen gezegend.

*Trouw, een Nederlandse krant, 19 januari 2019

Nr. 445

zondag 3 februari 2019

De GodMens op aarde





Mijn God, dat gedoe tussen godsdiensten of Jezus de belangrijkste is of Mohamed of Boeddha of Krishna of Babaji en of ze enige zoon van God zijn of wat voor discussie dan ook is natuurlijk eigenlijk mensenwerk. In de geestelijke wereld bestaat die discussie natuurlijk niet. Zou U hier op in willen gaan?

Dat doe Ik graag.
Elke godsdienst heeft zijn eigen idolen, altijd levensecht, levensbelangrijk, grote geestelijke wezens, die het voorbeeld gaven, in contact stonden met het hogere. En deze wezens brachten de mensen in vervoering, zo groots, zo indringend, zo machtig dat ze tot ver na hun dood nog volgelingen hebben. En dat is heel goed en nodig en door God gewenst.
Wat moet de mens op deze schone maar gevaarlijke aarde zonder inspiratie, zonder een voorbeeld, zonder een groots wezen dat hem is voorgegaan en hem de weg wijst?

In de geestelijke wereld zijn al deze grote profeten en heiligen verenigd in één bewustzijn, namelijk in het bewustzijn dat de volmaakte wens is van De Vader-Moeder God. En dit bewustzijn maakt zich al duizenden jaren in duizenden vormen kenbaar onder de mensen. En dit bewustzijn doet dat in de meest uiteenlopende vormen van (on)volmaaktheid en de meest recente verschijningen zijn niet per se de meest volmaakte.
Maar dit alles gebeurt vanuit het bewustzijn van de GodMens.

En als een mens op aarde een verschijning heeft van een profeet, een stem hoort, een openbaring krijgt die past in zijn godsdienst, dan is het altijd de Godmens, die verschijnt en die een vorm aanneemt, die juist die mens nodig heeft. 

En iedere gelovige richt zich via zijn idolen, wat voor naam men ook gebruikt, wie men ook adoreert, hoe waar of onwaar zijn godsdienst ook is, DIRECT EN ONVOORWAARDELIJK tot de GodMens. Ook al krijgt deze biddende mens dus eigen associaties, ziet eigen beelden en hoort dingen die alleen in zijn eigen godsdienst passen.

Maar het blijft de verschijning van de GodMens, het bewustzijn van God de Vader en God de Moeder Dat zich onder de mensen heeft verstoffelijkt tot de GodMens, waarlijk Zoon of Dochter van God die zich kenbaar maakt aan de mensen.

En er komt een tijd dat ieder mens verkeert met zijn of haar Mijn God en geen tussenpersonen meer nodig heeft en zo toegroeit naar die ene opdracht namelijk God te realiseren op aarde en het bewustzijn van de GodMens te benaderen.

En weet dat alle profeten en heiligen in de geestelijke wereld niet die discussie voeren die mensen op aarde hebben over hen. En dit is een understatement van God.

Wees jullie allen gezegend

Nr. 444

zaterdag 19 januari 2019

Zusters zijn andere bloemen uit dezelfde tuin (Diepgaande gezegden, 5)




Mijn God, U heeft wel vaker benadrukt dat de vrouw volledig gelijkwaardig is aan de man en dat elke samenleving die vrouwen onderdrukt en niet erkent, het zelfs niet verdient om opgenomen te worden in de kosmische gemeenschap. Toch, zou U naar aanleiding van bovenstaande er nog meer over willen zeggen?

Dat doe Ik graag.

Zusters zijn andere bloemen uit dezelfde tuin

Dat lijkt niet bepaald een diepgaand gezegde. En het is het wel.
Want het beeld wat opgeroepen wordt heeft diepgaande aspecten.

·        Allereerst ga Ik in op het woord zuster. Ik heb dit niet letterlijk genomen. Dus het gaat niet zozeer over broers en zussen uit een gezin, maar figuurlijk de vrouwen zijn zusters van de mannen, hun broers. Maar eigenlijk betekent dit dus dat mannen en vrouwen allen broers en zusters van elkaar zijn, en zegt dat niet ook: allen zijn zonen en dochters, kinderen van moeder aarde als je het aards opvat, maar ook  van God? Het verwijst naar de volstrekte gelijkwaardigheid van zusters en broeders want allen zijn kinderen. Beschouwen ouders hun kinderen niet altijd als gelijkwaardig?
·        Het beeld van de tuin waarmee de mensheid wordt vergeleken geeft aan, dat er iets groters is dan de bloem, de mensheid, het mannelijk geslacht. De man is een bloem. En ook de vrouw. Zij zijn onderdeel van iets groters, veel groters. En een tuin suggereert een tuinier, eigenlijk iemand die de tuin verzorgt. Begrijp je waar ik heen wil? Het is natuurlijk God die de tuin verzorgt. En daarom ook alle bloemen.
·        De vrouw is een andere bloem. Maar een bloem. Een prachtige plant die verkeert op haar hoogtepunt en bloeit. Hoe gek is de mens niet op bloemen? De pracht van moeder natuur, het schoonste wat een plant kan voortbrengen, haar bloem. Maar de bloem is ook een belofte van de bevruchting en de vrucht. Daarom wordt hier de mens vergeleken met een bloem, tijdelijk mooi hoogtepunt van de plant, van de tuin, dat stemt toch wel tot diepgaand nadenken? Want wat suggereert de bloem niet allemaal nog meer aan schoonheid, aan kleurenpracht, aan ontwikkeling, aan vruchtbelofte, aan hoogtepunt van natuurlijke ontwikkeling maar ook als onderdeel van een groter geheel, namelijk van de plant, van de tuin. En ligt die tuin niet in een veel groter geheel?
·        En dan is de vrouw tenslotte een andere bloem. Niet een mindere bloem, of een kleinere bloem, of minder kleurrijke bloem, nee een andere bloem. En de man wordt daarmee teruggebracht naar zijn natuurlijke proporties, slechts een andere bloem naast de vrouw. De ander. De vrouw is een ander, is de ander, is anders. Maar volstrekt aanwezig, volstrekt uniek, volstrekt belangrijk, volstrekt te erkennen, volstrekt onderdeel van de tuin net als die andere bloem, de man.
Het is een diepgaand gezegde.

De vrouw is een andere bloem uit dezelfde tuin

Want als jullie dit lezen, en herlezen en nog eens lezen, verdwijnt de nutteloze arrogantie van de man, verdwijnt de ongelijkwaardigheid, verdwijnt de onderdrukking, verdwijnt de domme eigenwaan van het mannelijk geslacht, verdwijnt het lage zelfbeeld van vrouwen, verdwijnt de onzekerheid van vrouwen en verdwijnt de onrechtvaardige en onfatsoenlijke en primitieve verdeling van de mensheid in de betere mannen en de mindere vrouwen.

Kortom het is een boodschap van rechtvaardigheid en liefde.
Wees jullie allen gezegend

Nr. 443

donderdag 3 januari 2019

Liefde verblijft in het hier en nu en herinnert zich niets




Mijn goede God, ik geloof dat mensen niet erg van zichzelf houden, ook al lijken ze op te gaan in vakanties en luxe en “doe je ding”. Zou U daar op in willen gaan?

Mijn zoon, natuurlijk, zoeken Wij dit niet samen uit?

De liefde van God is als de liefde van een moeder. Ze bedekt alles met de mantel der liefde. Ze vergeeft en vergeet alles en wil alleen maar dat haar object van liefde gelukkig is. Ze weet niet meer wat geweest is en wil alleen maar van haar kind houden. De moeder kijkt en geniet van haar object van liefde en er is niets anders dat ze ziet dan een wonderschoon mens, een prachtig wezen, een bijna volmaakt wezen, haar heerlijke kind. En ze ziet de onvolmaaktheden, maar het zijn voor haar slechts kleinigheden. Ze weet dat juist die kleinigheden haar kind tot mens maken, echt mens, een kind om van te houden, om te koesteren,  ja bijna om te verafgoden.

Zo kijkt God naar de mens en wat is het prachtig als die mens dat begint te ervaren, die eeuwige niets eisende liefde.
En het is de opdracht aan elk mens, elke dag, dus ook aan het begin van dit nieuwe jaar, om dit te geloven, om hier op te hopen en die liefde van God voor zijn wezen zelf te ervaren en te voelen. Zo komt een mens heel dicht bij God.

Doet hij dat niet, zoals veel mensen, wat zijn er dan een zelfhaat en onverdraagzaamheid en onrust en koudheid in zijn hart. En dat de hele dag door. Hoe kan zo’n mens gelukkig worden?

Doet hij dit wel, zichzelf alle liefde geven, die er maar te geven is, en houd hij van zichzelf, koestert hij zichzelf, is hij liefdevol en verdraagzaam naar zichzelf, dan kan God heel dichtbij komen.

Want dan koesteren ze dezelfde hobby, werken samen voor dezelfde klus, dan koesteren ze dezelfde liefde, dan zijn ze samen volmaakt bezig met hetzelfde object van hun liefde. En dan is door deze liefde alles mogelijk.

Wees jullie allen gezegend

Nr. 442

maandag 24 december 2018

Christus en zijn onbevangenheid




Mijn God,
Ik las de Kerstkatern van mijn krant Trouw en het thema was onbevangenheid. En verder daarin slechts één artikeltje van een intellectualistische dominee over Christus, en dat artikel was helemaal niet inspirerend! En dat in deze periode van het jaar. Ik was echt een beetje  boos. Hoe open van geest was Christus zelf immers!  Is dan in hemelsnaam iedereen zo langzamerhand Christus aan het negeren en zijn we met zijn allen atheïstisch aan het worden? Veel gekker moet het niet worden met dit land waar meer dan de helft (cijfers 2018) van de mensen zegt niet religieus te zijn. Wat een wereld. Vindt U het goed als U datzelfde thema onbevangenheid neemt en eens laten zien aan de wereld hoe onbevangen Christus zelf was?

Mijn goede zoon, laten We dat doen. We gaan ze een poepie laten ruiken. Dat eigenwijze naïeve landje Nederland, vol welgestelde, verwende, zelfingenomen mensen, die denken dat ze wel zonder God kunnen. En natuurlijk richten We ons ook op de  rest van de wereld.

Christus was waarlijk een zoon van God, en er was in zijn tijd niemand meer onbevangen dan hij. Want is onbevangenheid niets anders dan openstaan voor alles? En is onbevangenheid niets anders dan bereid zijn om alle vooroordelen opzij te zetten? En is onbevangenheid niets anders dan bereid zijn om in te gaan tegen alle maatschappelijke patronen en taboes en waanideeën? En is onbevangenheid niets anders dan bereid te zijn om stand te houden tegen alle weerstand en agressie en haat die op je pad komen, als je een pijnlijke waarheid verkondigt en heilige huisjes omschopt?

De Christus is de onbevangenheid zelve en ze hebben hem ervoor gekruisigd. Hij is niet gestorven voor jullie zonden maar gestraft voor zijn onbevangenheid en voor zijn gehoorzaamheid aan zijn Vader. Intussen heeft hij wel de weg vrijgemaakt voor een grotere poort naar de hemel, maar dat is onderwerp voor een andere blog.

·       Was er in die tijd iemand op aarde die God zo toeliet in zijn leven en zo onbevangen in gesprek ging met zijn “Mijn God”? Hij ging dagelijks in gesprek met zijn Vader. Dat deed niemand, men had God weggezet in een verre en onbereikbare kosmos.
·       Was er in die tijd iemand op aarde zo geëmancipeerd als hij, hij zag de onderdrukking van vrouwen en eerde bovenmate zijn moeder en vrouwelijke leerlingen en toonde liefde en respect aan geslagen en onderdrukte vrouwen op zijn pad. Dat deed niemand, de vrouw had geen naam en was minder dan een dier in de ogen van de mannen.
·       Was er in die tijd iemand op aarde die zo liefdevol en met respect omging met kinderen? In die tijd was een kind niemand, en werden kinderen rigide en wreed opgevoed.
·       Was er in die tijd iemand op aarde bereid de orthodoxe leerstellingen ter discussie te stellen en in te gaan tegen de macht van de farizeeërs? Dat durfde in die tijd echt niemand, men was bang voor hun haat en hun liefdeloze machtsmisbruik.
·       Was er in die tijd iemand op aarde die zo consequent en liefdevol aandacht besteedde aan de armen, de onderdrukten, de rechtelozen en de arbeiders en liefdevol met hen in gesprek ging? Dat deed niemand, men beschouwde ze als mindere mensen en gespuis in de goot.
·        Was er in die tijd iemand op aarde, die sprak met de zieken en zelfs melaatsen aanraakte. Dat deed niemand, men beschouwde ze als onrein en onaanraakbaar.
·       Was er in die tijd iemand op aarde, die de rigide wetten van het geloof ter discussie stelde en met ieder, niet alleen gelovigen, sprak over de liefde en wijsheid van God? Dat deed niemand, men hechtte meer aan de vele wetten en regels en ouderwetse gebruiken en liefdeloze offerandes van onschuldige dieren. En met had geen respect voor andere geloven.

Mijn zoon, Ik kan drie pagina’s vullen met meer voorbeelden. We hebben ons punt gemaakt. Christus was de onbevangenheid zelve. En het had de eindredactie van jouw krantje gesierd als ze in dit themanummer ook de Christus wat respect  had betoond.
Daarom hebben Wij dat maar gedaan. De Watchthegod blogs zijn er niet voor niets.
Jij bent erom gezegend Mijn zoon, en zeker om dit onderwerp dat je Mij hebt aangereikt.

Wees jullie allen gezegend

Nr. 441

maandag 17 december 2018

De mens wordt door het leven zelf bevraagd (Viktor Frankl)




Uiteindelijk moet een mens zich niet zozeer afvragen ‘wat is de zin van mijn leven’, maar zich realiseren dat hijzelf door het leven bevraagd wordt

Mijn God, zou U hier op in willen gaan?

Dat is goed, Mijn zoon.
De geestelijke wereld weet beter dan de mens, dat niet alles wat hem overkomt gewild en bedoeld is door God. We hebben daar ook nog de evolutie en haar eigen wetten, en het toeval, dat een mens soms ernstig parten kan spelen. Dus soms overkomt de mens iets gruwelijks dat niet bedoeld is, dat niet bij zijn lot hoort en dat niets betekent. Behalve dit ene, waardoor de geestelijke wereld zeer zeer zeer gefascineerd is namelijk ‘hoe reageert de mens op dit lot, welke geesteskracht vertoont hij?’.

Reageert de mens met slachtofferschap, met geklaag, met weerstand, met negativiteit en passiviteit of doet men dit met moed, met wijsheid, met wilskracht en met vertrouwen? Zet men de citroenen die het leven de mens voorschotelt vol afgrijzen op zij of maakt men er citroenlimonade van? En de geestelijke wereld oordeelt niet. De mens die zich in negativiteit en slachtofferschap wentelt over “zijn lot” wordt met  veel liefde en geduld op duizenden manieren geholpen en gesteund.

Maar de moedige wijze mens, ach, wat een vreugde is het voor God om te bezien hoe zo iemand het leven tegemoet treedt. En hoe zo iemand onmiddellijk aan de slag gaat om er het beste van te maken, om het leven te leven, om gelijk wijs en moedig antwoord te geven op wat hem overkomt. Eigenlijk zoals de Christus deed, met liefde en met acceptatie en met vertrouwen in de Goede God. 
En aldus heeft deze mens terwijl hij nog midden in de ellende zit al zijn sporen verdiend. Zo kon Christus zeggen “Uw wil geschiede”, zo kon Etty Hillesum zeggen “ik wil het lot van mijn volk ondergaan”.

De zwakke mensen zijn gezegend.
De sterke mensen eigenlijk nog meer.
 
Wees jullie allen gezegend

Nr. 440

maandag 3 december 2018

U alleen aanbid ik (Diepgaande gezegden, 4)




Mijn God, zou U hier op in willen gaan?

Mijn zoon,
dat doe Ik.

Alle godsdiensten, of ze nu uitdrukking hebben gegeven aan God/Brahman/Jahweh/Allah of ook aan alle helpers, heiligen, profeten, dienaren, tussenpersonen, engelen of boodschappers, ze doen het goed als ze de mens steeds opnieuw tot dit inzicht terugbrengen.
Zo is het goed.

Wees jullie allen gezegend

Nr. 436