Translate

zaterdag 29 april 2017

De beproever van de mens (Aap van God, 2)


Of Lucifer gevallen is, of duivels gevallen engelen zijn en of de duivel God probeert een hak te zetten, is eigenlijk niet waar het om gaat. Het gaat om dit.
De mens leert de tegenstellingen van het leven kennen, zoekt zijn weg in de materie, laat zijn vrije wil in de donker hoeken van het bestaan werken. Kortom, het negatieve is de ander kant van het goede, het kwade is de keerzijde van het goede, het  lelijke is op aarde onlosmakelijk verenigd met het schone, en de mens zoekt zijn weg, en God laat hem de ruimte.

En de duivel heeft hierin zijn rol. De rol van aandrager van mogelijkheden, de rol van toetser van de mens, de rol van examinator of de mens slaagt voor zijn toets. De rol van uitdager, de ondankbare taak van beproever. Moet de examinator niet ook tijdens het rijexamen de beginnend chauffeur toetsen? Onderzoekt hij niet of men wel zelfstandig de weg op mag?
Zo doet de duivel, de beproever, de toetser, de confronteerder, de uitdager, maar er is nog meer. En dat wil de duivel best wel, want hij past zo prima in het grote plan.

De duivel heeft ook de opdracht te verleiden. En dat is waar de mens in zijn beeld van de duivel over struikelt. De verleider is toch verkeerd bezig, probeert de duivel dan niet de mens op het verkeerde pad te brengen, af te leiden van God, van de rechte weg af te brengen, God dus tegen te werken?
Ja, dat doet de duivel, God tegen werken, maar wat is daar mis mee? God kan wel wat hebben, en Diens werken zijn goddelijke werken op alle planeten en die werken verlopen volgens plan.

De duivel brengt de mens op het slechte pad, en de mens wordt door schade en schande wijs.
De duivel laat de mens duivelse daden verrichten, en deze mens ervaart het verdriet en de pijn en de wroeging van de omwegen naar God. Maar wat worden deze mensen uiteindelijk grote helpers van God!
De duivel laat de onschuldige mens ontsporen, de fundamentalist doden, het onschuldige meisje verkrachten, het slachtoffer martelen, de natuur vervuilen. Kortom het lelijke, vieze en kwade vlees worden.

En God, die weet dat de duivel dit doet, laat zijn aap even zijn gang gaan, maar nooit voor lang, nooit voor eeuwig, nooit voor niets, nooit zinloos.
Want weet, dat het kwade er is niet is omwille van het kwade, maar omwille van het goede.

Zo zit in de misdaad de verlossing besloten, in het verderf de bevrijding, in het negatieve het positieve, in het tijdelijke het eeuwige, en in het kwade het goede.
Het kan niet anders.
De mens beziet het moment van verderf en klaagt en twijfelt en trekt verkeerde conclusies over wat hij meemaakt en wat de duivel hem aandoet.
Maar God ziet het perspectief, en het nut en de betekenis van dit alles.
En de duivel, de aap van God weet maar al te goed, weet dat hij slechts tijdelijk aap van God is, slechts tijdelijk verleidt, slechts tijdelijk examineert. En de duivel weet, dat God weet dat het goed is.
De duivel zij gezegend.

Wees jullie allen gezegend

Nr. 383